Joepie! Een kind met autisme in de klas!

autisme in de klas
Leen Lemmens
Geschreven door Leen Lemmens
Hoe ziet een dag eruit voor een juf als er een kind met autisme in de klas zit?

Ik doe een korte vervanging (een kleine week) in het derde leerjaar in het katholiek onderwijs.  Hier volgen mijn ervaringen van dag één.

‘Er zit een jongen met zwaar autisme bij jou in de klas’, krijg ik te horen van de directie.  ‘Hij functioneert niet in de klas’. ‘Super!’ denk ik stiekem bij mezelf.  Eens kijken of ik het nog in me heb – alsof ik daaraan twijfel.  Net bij deze kinderen komen mijn skills extra naar boven. Ik voel ze haarfijn aan en weet er mijn weg mee.  We zijn uit hetzelfde hout gesneden. Niet dat ik het label autisme bij me draag.  Niet dat ik nooit voor uitdagingen kom te staan met hen.  Zij maken voor mij mee het verschil.  Zonder de anderen te (willen) discrimineren, ik heb oprecht bewondering voor kinderen met deze gave, met deze vorm van anders zijn.

‘Mochten er problemen zijn, dan stuur je hem maar tot bij mij’, stelt de directrice me nog gerust.  Ze houdt de jongen veiligheidshalve toch maar nog een tijdje bij zich.

Als een raket

Na pakweg een uurtje komt ze met hem de klas binnen: hij wil komen meedoen.  Er is onmiddellijk oogcontact. (Bij sommige vormen van autisme is oogcontact een heikel punt.) Ik wens Bart (fictieve naam) welkom en stel hem op zijn gemak.  We zijn bezig met rekenen. Vrijwel onmiddellijk neemt Bart zijn toevlucht op zijn vertrouwde plekje achteraan in de klas, achter de poppenkast.  Even snel als hij verdween, is hij ook weer terug op zijn plaats vooraan in de klas.  Hij wil knutselen, enkel knutselen.  Ik laat hem begaan.  Ik weet heel goed dat het op dit ogenblik totaal geen zin heeft om hier tegenin te gaan.  Dat komt zelfs niet in me op.

De andere kinderen zijn het blijkbaar gewoon dat hij anders doet en is
Ook de andere kinderen maken er duidelijk geen probleem van.  Er komen geen reclamaties over ‘niet eerlijk’.  Ze zijn het blijkbaar gewoon dat hij anders doet en is.  Prima.  We kunnen hier bijzonder veel leren van elkaar.  Ik geef verder mijn lessen en onderbreek ze zo nu en dan om Bart te ondersteunen bij zijn creatie.  Ik merk dat hij gevoelig is voor het mislukken van zijn werk en dat hij enkele keren opnieuw moet beginnen.  Hij wijt het aan het geroezemoes in de klas.  Maar ook op stille momenten doet hij dat.  Ik wijs hem erop dat het niet het eenvoudigst is wat hij probeert in elkaar te steken: een lanceerplatform met raket.  Dat vraagt enige vaardigheid en geduld.  Het lukt hem wonderwel.  Alweer is zijn hele werk mislukt volgens hem.  ‘Het is je príma gelukt tot hiertoe’, zeg ik hem.  ‘Je hebt enkel een oplossing te bedenken voor je volgende stap.’

En daar gaat hij weer.  Creatief als hij is, heeft hij in een mum van tijd een oplossing bedacht.  Klaar!  Bart knutselde zomaar even een lanceerbasis met raket in elkaar!  Hij mag fier zijn op zichzelf.  Ik ben alvast trots op hem!  Het volgende dat hij wil knutselen, is een kabelbaan.  Een kabelbaan die de ene bank met de andere verbindt.  Dat heb ik hem afgeraden.  Zo betrek je een andere leerling die op dat ogenblik met andere dingen bezig is. Op die manier kan je voor onnodige afleiding zorgen.

Oh, daar gaat de bel.  Speeltijd.  Vrije tijd.  Tijd om te gaan uitwaaien.

Na de speeltijd is het tijd voor taal.  We doen een vraag- en raadspel.  Leuk.  Bart doet het hele lesuur mee, zonder enig probleem.  Hij wil graag aan de beurt komen en rond ‘energie en lichaamscellen’ werken.  Bijzonder.  Af en toe bedenkt hij of hij zou gaan knutselen.  Het moet vooral actief blijven voor hem.  Als hij maar in actie kan zijn en betrokkenheid ervaart.  Terug naar rekenen.  En terug naar het knutselen.  Opvallend.  Ik houd het in mijn achterhoofd.

Botsing

Na de middag krijgt Bart het even moeilijk.  Moeilijk in de zin van ‘ik doe niet mee met de reguliere gang van zaken en volg mijn eigen gevoel’.  Hij is moe en wil slapen.  Achteraan in de klas liggen grote kussens die als matras kunnen dienen.  Het gigantisch kussen dat er tegen de muur leunt, legt hij bovenop zich.  Nadien kruipt hij in de kussensloop, met zijn hoofd naar de gesloten kant en zijn voeten aan de uitgang.

Enkele kinderen reageren hierop, wat ze de voorbije uren niet deden.  Ik kom in tweestrijd met mezelf.  Op zich heb ik er helemaal geen probleem mee dat hij wil slapen en in de kussensloop kruipt, maar dan wel met zijn hoofd aan de juiste kant.  Ik denk aan verstikkingsgevaar en veiligheid.  Het feit echter dat er kinderen op reageren, doet me een ogenblik wankelen.  Naar de klas toe is het best om rechtlijnig en duidelijk te zijn. Voor even ben ik besluiteloos en verbied Bart in de grote kussensloop te kruipen.  Een korte ‘strijd’ volgt.  Bart houdt voet bij stuk.  Rusten zou hij en wel IN de kussensloop.  Met mijn handen in het haar, denk ik eraan de directrice te laten inlichten.  Zij is echter niet aanwezig op haar bureau.  Misschien nog een geluk.  Een extra kans om het zelf op te lossen.  Het is ook overduidelijk dat Bart op dit moment niet graag naar het bureau gaat om daar te werken, wat voor mij extra mogelijkheden geeft hem in de klas te houden.  Strijden biedt geen oplossing, weet ik.  Na enig getouwtrek met en over het kussen, gooi ik het dan ook over een andere boeg.  Ik begin met de les en laat hem zijn gang gaan, goed wetende waar ik naartoe wil.  Is dat de ideale oplossing? Misschien niet, maar op dit moment is dat de keuze die ik maak en weet ik dat er een kans op slagen is, dus ik probeer het.  De les wereldoriëntatie gaat over het oog en het oor.  Met een beetje geluk is Bart geïnteresseerd en heb ik hem mee.

De informatie die hij geeft, klopt en voor de tweede maal vandaag vraag ik me af waar hij de kennis vandaan heeft.
Ik heb iemand nodig om enkele delen van het oog te tonen.  Bart komt enkel vooraan als hij nadien mag gaan slapen in de kussensloop.  Ik vraag de klas wie dat wel graag komt doen. Bart staat snel vooraan.  Toch neem ik een andere leerling, wat prima uitdraait.  Bart gaat terug naar zijn kussen.  Ik ga verder met de les.  Het onderwerp en de opdrachten weten hem blijkbaar te boeien, want nog geen twee minuten later zoekt hij zijn bundel om mee te kunnen werken.  Tijdens de les geef ik Bart, net als ook nog enkele andere leerlingen, de kans om zijn kennis over het oog (en de cellen waaruit het is opgebouwd) en het oor aan de klas uiteen te zetten.  De informatie die hij geeft klopt en voor de tweede maal vandaag vraag ik me – deze keer luidop – af waar hij de kennis vandaan heeft. Dit is immers geen stof voor de lagere school. Internet, zou het antwoord zijn. Zelf opgezocht…

Dit is slechts één dag. Voor een heel schooljaar in het huidig systeem, vraagt deze aanpak heel wat inventiviteit en energie. Mocht het onderwijslandschap er anders uitzien en zulke – eigenlijk àlle – kinderen de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen in hun interessegebied en hierin ook zelf leraar mogen zijn voor leeftijdsgenoten of geïnteresseerden: het zou heel wat boeiender zijn voor elkeen.

Het zou boeiend zijn op een andere manier, met meer werkelijke betrokkenheid, meer diepgang, meer echtheid, meer mens zijn.

 

Gerelateerd

Leven met autisme

Omgaan met heftige emoties van kleine kinderen.

Heb je plezier in wat je hier leest? Volg ons op Facebook. Klik hier.

Over de schrijver

Leen Lemmens

Leen Lemmens

Moeder van twee knapperige spruiten en vrouw van een bink. Leen houdt van natuurlijk en bewust leven, in harmonieus contact met alles wat haar omringd. Uiteraard komt ze, net als iedereen, de grote geneugtes en diepe dalen tegen die een mensenleven kunnen kleuren. Schrijven, zingen, dansen en andere creatieve bezigheden zijn voor haar de ideale expressiemiddelen om de innerlijke mens een plaats te geven in de wereld. Ze houdt ervan jonge kinderen uit te dagen het beste in zichzelf naar boven te halen, met een nadruk op ieders welzijn. Met een goeie portie speelsheid en een vleugje humor zijn ook de grote kinderen vaak bereid nog eens in hun kind-zijn te duiken. Bovenal is ze een brok eigenzinnige complexiteit die op gelijknamige basis tracht bij te dragen tot een betere wereld.