Horende baby’s en gebarentaal

Ilse Bacqué
Geschreven door Ilse Bacqué

Jonge ouders en hun baby’s begrijpen elkaar intuïtief, zeker de eerste maanden. Al vanaf de eerste momenten communiceren we met ons kindje en wil het ons vanalles duidelijk maken. Een kind dat zich kan uitdrukken en dat begrepen wordt, is een gelukkig kind. Het is bewezen dat frustratie over falende communicatie een negatief effect heeft op de sociale, emotionele en psychische ontwikkeling van kinderen. Het valt dan ook te overwegen om jonge kinderen een taal aan te bieden die ze al heel vroeg in hun leven kunnen begrijpen én zelf gebruiken. Hier kan gebarentaal een antwoord zijn.

Gebarentaal

Een taal spreken vergt een ongelooflijke coördinatie van de verschillende spiertjes in het strottenhoofd en de stembanden. Dit is zo complex dat mensen dit pas helemaal onder de knie krijgen in hun derde levensjaar (doorgaans). Gebarentaal doet beroep op de spieren in armen, handen en gezicht en dat is voor jongere kinderen sneller te beheersen. Zo gebruiken kinderen op hun eerste verjaardag gemiddeld twee à vijf gesproken woorden, maar kunnen ze ondertussen een gebarenrepertorium hebben opgebouwd van ongeveer twintig gebaren.

Gebarentaal is een visuele taal. Abstracte begrippen worden visueel vertaald en zijn zo eenvoudiger te begrijpen. Wanneer men gebarentaal gebruikt, is de mimiek heel belangrijk. Kinderen kunnen emotie en begrippen meteen met elkaar verbinden. Het biedt zowel zender als ontvanger een inkijk in de gevoelens van het moment. Daarbij kan men zonder taalconflict gebaren en gesproken taal tegelijk gebruiken.gebaren_nog

De wereld van gebaren is heel rijk en kent vele verschillende vormen. Even een korte verheldering om niet in een Babylonische spraakverwarring te verzeilen.

Verschillen

Vlaamse/Nederlandse Gebarentaal is verschillend van Nederlands met Gebaren (NMG) en Spreken met Ondersteuning van Gebaren (SMOG).

NMG zal letterlijk elk woord uit de Nederlandstalige zin vervangen door een gebaar. Het voordeel hiervan is dat men geen rekening moet houden met de grammaticale verschillen tussen Nederlands en Gebarentaal, men volgt de Nederlandse regels. Dove of slechthorende personen verwerven hiermee (de structuur van) het gesproken Nederlands. Nadeel is dat NMG artificeel is, niemand gebruikt het als eigen taal en er is geen taalgemeenschap die NMG als moedertaal heeft. Dit komt omdat deze vorm is ontwikkeld door horenden die met mensen met een auditieve beperking omgaan (vaak in onderwijscontext). Daar komt nog bij dat NMG traag (en saai) is om te gebruiken en te lezen.

SMOG bestaat uit slechts een paar honderd gebaren. Men gebruikt SMOG veelal bij mensen met een mentale beperking die moeite hebben zich uit te drukken in gesproken taal.

Gewonnen voor gebarentaal? Je wil eraan beginnen? Dan zijn er verschillende opties.

Een eerste mogelijkheid is dat je kiest voor gebaren in de ontwikkelingsfase van het kind wanneer hij/zij al veel woorden begrijpt maar nog geen gesproken taal kan gebruiken. De bedoeling kan zijn om gebaren achterwege te laten vanaf het kind kan spreken. In deze situatie hebt u voldoende aan specifiek baby-gebarentaal; woorden die aanleunen bij de leefwereld en de noden van een jong kind. Voorbeelden hiervan zijn: honger, melk, borst, slapen, luier, spelen, papa, mama, potje, pipi,…
Het voordeel van baby-gebarentaal is dat je – en ieder die met uw kind in contact komt – die enkele gebaren snel kunt leren en onmiddellijk gebruiken. Het laat je ook een zekere vrijheid om zelf gebaren uit te vinden.
Nadeel is dat je gebarentaal slechts fragmentarisch gebruikt en niet als een volwaardige taal. Je zal dan ook al snel botsen op de grenzen van uw eigen kennis. Je kijkt bijvoorbeeld met uw peuter in een boekje en komt een dier tegen waarvan je het gebaar niet kent. Dit kan bij het kind en bij uzelf tot frustratie leiden.

Een tweede optie is dat je gebarentaal als volwaardige tweede (of eerste) taal gaat gebruiken, Vlaamse of Nederlandse Gebarentaal.
Ook aan deze optie zijn voordelen verbonden. Je voedt het kind de facto tweetalig op. Het kind verwerft een taal die hij/zij een leven lang kan gebruiken. Daarbij is Gebarentaal een taal die – net zoals alle levende talen – door mensen als moedertaal wordt gebruikt. Het opent de deur naar sociale contacten met derden.
Echter, er is ook een keerzijde. Het duurt lang om een taal volledig onder de knie te krijgen. Het is noodzakelijk als ouder om opleiding te volgen. Het valt ook zeker aan te bevelen om contacten te leggen binnen groepen waar Gebarentaal de voertaal is om vlotheid en echte communicatie te oefenen. Neem de kinderen gerust mee naar dergelijke groepen. Ze pikken gebaren op en zien dat gebaren niet enkel binnen het gezin bestaan, maar ook bij andere volwassenen en bij hun vriendjes.

Nog enkele wenken voor je je in het avontuur stort:

  • Gebarentaal is geen wereldwijd universele taal, helaas. Elk taalgebied heeft een eigen variant, en zelfs dialecten. Dit is belangrijk om weten wanneer je zelf op zoek wil naar gebaren op het internet.
  • Wanneer jezelf gebaren leert, let heel goed op de details. Er is in Vlaamse gebarentaal maar twintig centimeter verschil tussen een douche en de zon.
  • Wanneer je overweegtom gebarentaal te gaan gebruiken in het gezin, raad ik je aan om les te nemen. Met een jaar avondschool kom je al een heel eind.
  • Uw kind zal de gebaren die je voordoet, imiteren. Zelden doen ze dat van de eerste keer juist. Het is niet nodig het kind te corrigeren. Na verloop van tijd zal het kind zelf de gebaren verbeteren, naargelang de fijne motoriek verder ontwikkelt. Belangrijk: blijf zelf het gebaar correct gebruiken zodat het kind het juiste voorbeeld blijft tegenkomen.

Meer lezen?

Over de schrijver

Ilse Bacqué

Ilse Bacqué

Ilse (°1987) is getrouwd met Wouter en is thuisblijfmama voor haar dochter (°2013). Ze is geboren en getogen in Brugge, genoot haar opleiding tot theologe aan de KULeuven en wil bewuste keuzes maken in haar leven en de opvoeding van dochterlief. Wasbare luiers, draagdoeken, borstvoeding, suikervrij, vrij leren,... het behoort allemaal tot haar dagelijks taalgebruik.