Van kleine baby tot autonoom individu: DEEL 1 autonomie-ondersteunend opvoeden voor alle leeftijden

Kathleen Leemans
Geschreven door Kathleen Leemans

Een kind. Mijn kind. Opvoeden. Hoe? Hoe bereid je je kind voor op ‘het leven’, op een bestaan waarin het op zoek kan naar zijn of haar eigen geluk? Waarin het leert respect op te brengen voor de dingen om zich heen. En waarin het kan verwonderd zijn en blijven voor de mooie dingen die onze wereld te bieden heeft. Vragen die moeilijk een antwoord vinden, net omdat elke ouder zijn eigen weg ernaar toe kan en mag kiezen. En ook omdat elk kind uniek is, en dus ook een unieke manier van omgang vraagt.

Daarom deze blog, om eens wat dieper in te gaan op een technieken die je kan toepassen als ouder om je kind te laten opgroeien tot een autonoom, zelfzeker, en respectvol individu. Deze technieken geven slechts een richting, hoe je ze als ouder invult of gebruikt, kan je zelf kiezen en is dus ook afhankelijk van je kind.

In dit eerste deel wil ik me graag richten tot het autonomie-ondersteunend opvoeden. Wat kan je als ouder ondernemen om je kind zo zelfzeker en autonoom mogelijk te maken, al vanaf peuterleeftijd?

Zonder straffen en belonen

Hoe zit dat nu met dat straffen en belonen? Doen of niet doen? Ik heb er ook lang mee geworsteld als mama, maar hoe langer ik erover nadacht hoe onlogischer het werd om telkens maar de ‘foute’ dingen te bestraffen (bv. ‘de hoek’) of de ‘juiste’ dingen te belonen (bv. met een sticker of een snoepje).

Beter is om duidelijke en zinvolle aanwijzingen te geven bij de grenzen die je stelt.

Waarom mag je een ander kind niet slaan? Omdat dat pijn doet en omdat je dat zelf ook niet leuk vindt als andere kinderen je slaan. Waarom mag ik niet op straat lopen? Omdat er auto’s rijden en  omdat die jou niet altijd kunnen zien.

Zo heeft elke ouder een resem aan logische redenen en verklaringen waarom bepaalde dingen mogen en bepaalde dingen niet. Alleszins logisch voor de ouder, maar is dit altijd even logisch voor het kind? Enige uitleg naar je kind toe is dus wel vereist.

Het is pas door dingen te benoemen, uit te leggen en te verklaren dat kinderen beetje bij beetje leren hoe om te gaan met anderen, en hoe te reageren op gedrag van anderen. En welke regels en grenzen er zijn, en waarom het belangrijk is dat deze gevolgd worden. Dit alles vormt de basis voor autonomie-ondersteunend opvoeden.

Ondersteundend wat?

Autonomie-ondersteundend opvoeden vertrekt vanuit de zelf-determinatie-theorie (ZDT).

Deze theorie stelt dat de mens zich van nature positief wil ontplooien en focust dus heel erg sterk op autonomie. Dit impliceert dat het belangrijk is om kinderen en jongeren zelf te laten beslissen door hen keuzes aan te bieden die passen bij hun leeftijd.

Zo kan je enerzijds inwerken op hun eigen autonomie, op hun competentie en ook de relationele verbondenheid. Ze zullen leren vanuit een intrinsieke motivatie, en dus niet vanuit een extrinsiek opgelegde straf of beloning, waardoor de geleerde vaardigheden langer zullen blijven hangen.

opvoeden

Eigen autonomie

Kinderen en jongeren leren autonoom te beslissen, en zullen uiteindelijk altijd tot de juiste keuze komen, op voorwaarde dat je ze voldoende informatie geeft om die keuze te maken. Ze leren vanuit intrinsieke of eigen motivatie (die van binnenuit komt in plaats van buiten uit opgelegd wordt) omdat ze het zelf mogen doen, en dat zorgt voor een gevoel van vrijheid en plezier bij de dingen die ze ondernemen of de keuzes die ze maken.

Uiteraard moeten de keuzes die je geeft afgestemd zijn op de leeftijd van je kind.

Kleuters: Bijvoorbeeld, een 3-jarige kleuter kan perfect beslissen wat ie op zijn boterham gaat eten, op voorwaarde dat je hem goede keuzes voorlegt. Door zelf het goede voorbeeld te geven en door het verschil uit te leggen tussen gezond en ongezond, zal de kleuter uiteindelijk eerder gezonde keuzes maken dan ongezonde. Ook voor het kiezen van activiteiten kan een kind perfect inspraak hebben. Gaan we vandaag naar de speeltuin of het zwembad? Wil je liever eerst je pyjama aandoen of eerst je tanden poetsen?

Adolescenten: Hier gelden dezelfde regels. Enkel dienen dan de keuzes afgestemd te worden op hun leeftijd. En moet je als ouder je kind durven loslaten, zonder je betrokkenheid te verbreken. Zo kan je als ouder bij de studiekeuze van je adolescent – ook al ligt die niet in lijn met je verwachtingen – interesse tonen en luisteren naar zijn of haar verhaal waarom een bepaalde studiekeuze de voorkeur draagt. Zo toon je betrokkenheid en respect voor zijn of haar mening. Uiteraard kan je als ouder ook je mening geven en aantonen dat studiekeuze belangrijk is. Maar blijf vooral vertrouwen op de spontane ontwikkeling van het kind.

Gevoel van competentie

competentieDoor autonomie-ondersteunend te werk te gaan, kan je de vaardigheden van kinderen en jongeren opdrijven door haalbare verwachtingen voorop te stellen en positieve feedback te geven. Dit is niet de typische ‘goed zo’, maar eerder een dankbaar woord, een ‘gelukt’, of een beschrijving van wat ze net hebben gedaan. Uiteindelijk zullen ze een goed gevoel van competentie ontwikkelen waardoor ze met meer zelfvertrouwen en een realistisch zelfbeeld in een leven zullen staan. Op die manier zullen ze zich ontwikkelen tot een zelfzeker en autonoom individu.

Verbondenheid

Als laatste wordt ook de relationele verbondenheid vergroot doordat je je betrokken opstelt, en met zorg en warmte dingen aanpakt en grenzen stelt. Daarbij stel je je altijd onvoorwaardelijk op. Dit wil zeggen dat als je toch wil corrigeren of opmerkingen geven, dat je dit doet op het gedrag van het kind en niet op zijn persoon.

Door bijvoorbeeld te zeggen: “Kan jij nu niets goed doen? Wat ben jij een knoeier!” nadat ze weer eens gemorst hebben aan tafel, hebben kinderen het gevoel dat ze tekort schieten als persoon en dat je ze als ouder enkel voorwaardelijk graag ziet, namelijk als ze niet morsen. Beter is bijvoorbeeld om te zeggen: “Ik vind het niet fijn als jij zoveel morst. Probeer in het vervolg wat properder te eten” en laat ze dan zelf – of samen – het gemorste eten opkuisen zodat ze zelf instaan voor de gevolgen van hun gedrag zonder hen daarvoor te veroordelen.

In het tweede deel van het artikel wordt er dieper ingegaan op opvoeden in verbondenheid.

 

Bronnen:

Caleidoscoop – jg. 22 nr 1

Gezinskrant De Bond – edities 20 maart en 17 april

Over de schrijver

Kathleen Leemans

Kathleen Leemans

Kathleen Leemans (31) is klinisch psychologe en full-time werkende mama van 2 dochters Nora (5) en Annabel (0). Gepassioneerd door wetenschappelijk onderzoek, ballet en haar gezin. Ook volop zoekende naar een weg in het ouderschapslandschap, open minded maar ook kritisch. Haar stokpaardjes: natuurlijk ouderschap, autonomie-ondersteund en onvoorwaardelijk opvoeden. Haar grootste inspiratiebron zijn haar dochters, van wie ze heel veel leert over zichzelf maar ook over de wereld en de verwondering van elke dag. Ze blogt zelf ook op missesleeblog.wordpress.com