Zikomo: Gelukkiger zonder kinderen

column
Laura Schuerwegen
Geschreven door Laura Schuerwegen

“Ouderschap is erger dan dood partner” leest de kop van een artikel op De Standaard. Naast het sensationalisme en de pertinente vraag of zo’n vergelijking wel opgaat, is het natuurlijk wel vrij tragisch. Zijn we echt zo ver gekomen dat leven met kinderen een hel op aarde geworden is?

Eerst even de ‘feiten’: ouders werden in het genoemde onderzoek niet bevraagd naar hun geluksgevoel omtrent het ouderschap, maar naar het algemene geluksgevoel in hun leven, wat dus een vertekend beeld geeft gezien de kop van dit artikel. Daarenboven vergelijkt het artikel twee verschillende studies om tot de conclusie te komen die de shockerende titel als gevolg heeft. Bad science, zoals ze zeggen, of “met cijfers kan je alles bewijzen”.

Wat het vermelde onderzoek wel aantoont is dat ouders vaak merkelijk ongelukkiger zijn dan voor het ouderschap. Een eigenaardige tendens, gezien het toch een biologische drang is om kinderen te krijgen en – als we even filosofie achterwege laten – er geargumenteerd zou kunnen worden dat kinderen op aarde zetten zowat onze enige wetenschappelijk verklaarbare bestaansreden is.

Zou ons geluk dan niet verhoogd moeten worden met het hebben van kinderen? Waarom zouden we er anders meer dan één hebben?

Gelukkiger zonder kinderen

Is ouderschap nu echt zo teleurstellend?

In het Westen, waar we (doorgaans) bewust kiezen voor ouderschap, en waar niet-ouderschap een werkelijke optie is, zijn we ook steeds langer onverantwoordelijk. Voor de eerste 25-30 jaar van ons leven telt eigenlijk enkel ‘ik’. We genieten van onze zorgeloze individualistische cocon en hoeven weinig rekening te houden met een ander. Vaak moeten we zelfs niet zoveel rekening houden met onszelf omdat we – tot we bewust kiezen te onthechten – zelf nog lekker bij mama en papa inwonen.

Zorgen is iets wat er gewoon niet bijhoort. Zorgbehoevenden worden immers afgeschoven op instituties en maken geen deel uit van de samenleving. Uit het oog, uit het hart. We leren er dus gewoon niet mee omgaan.

Wanneer we dan (bewust) kiezen een kind in deze wereld te brengen, vaak in een liefdesrelatie waar we nog volledig verstrengeld zijn met onze partner, is dat opeens een serieuze reality check. Dat kind bewijst vaak niet het roze wolkje te zijn van slapen en eten wat we vaak voorgehouden worden, ons uiterlijk krijgt een slag en onze relatie met die symbiotische partner is opeens volledig uit evenwicht.

Net omdat we liefdevolle relaties hebben, zijn onze relaties vaak niet bestand tot ouderschap. Beide partners verwachten immers het middelpunt te blijven van de wereld van de ander, maar deze idylle is niet langer houdbaar.

Er is ook wat mis met onze perceptie van ouderschap. We hebben er een geromantiseerd beeld van. Onze hormonen springen op als we zo’n kersvers pakje zien, en in de ‘boekskes’ leiden de sterren een gewoon leven, naast hun baby. Ook onze vrienden die al kinderen kregen voor ons, klagen niet over het ouderschap. Onze ouders bereidden ons niet voor op de slapeloze nachten, het rond de klok zorgen, de was die zich opstapelt en de warme maaltijd die opeens gewoon uitblijft omdat niemand nog de fut heeft om te koken.

Waarom heeft niemand mij dit gezegd? Een verzuchting die je vaak hoort.

Enerzijds is ouderschap zo snel geëvolueerd dat onze ouders gewoon niet zo’n sterke malaise hadden als we nu kennen. Moeders bleven nog vaak thuis, of toch zo lang de kindjes niet op school waren. Grootouders maakten ook vaak nog deel uit van het kerngezin, en konden ingeroepen worden als een extra hulp. Buren waren ook nog buren, je kende ze bij naam en kwam er over de vloer. Men had nog vrienden die men in het echte leven zag, en niet enkel op Facebook. Deze vrienden hadden ook kinderen en jouw kinderen konden bij hen terecht.

Nu ouderen we vaak in een bubbel. We zitten helemaal alleen, afgesneden van de eigen ouders die vaak nog actief zijn in het werkleven, we moeten zelf als moeder ook gaan werken, dus van zodra die langverwachte baby er is, mogen we hem al op de lijst van een crèche gaan zetten. En onze vrienden hebben het net zo druk als wij.

Waarom zeggen deze vrienden hier dan niks van?

Negativiteit over ouderschap is een groot taboe. Immers, als je klaagt over hoe het thuis gaat, over die mooie, gezonde baby, wat voor onmens ben je dan? Alles wat je als negatief ervaart, wordt snel onder de mat geschoven van ‘je mag jezelf gelukkig prijzen’. Immers, er zijn mensen die geen kind kunnen krijgen, of die een ongezond kind hebben, of die geen werk hebben, of… of…

Kan de overgang naar ouderschap ook anders?

Als we bewust kiezen voor ouderschap, kunnen we ook bewuster worden over de implicaties. Ouderschap is een rond de klok iets wat je niet kan afzetten, en waar je ook geen vakantie van kan nemen. Dat is de realiteit. Als je nog wilde haren hebt, schudt je die beter af vooraleer je eraan begint.

Als we op bezoek gaan bij een pas bevallen vriendin, laat haar dan ook de negatieve dingen delen. Laat de platitudes over dat gezonde kindje en die gemakkelijke bevalling even achterwege en biedt elkaar echt steun waar het kan. Luister zonder te oordelen.

Als er iets is wat jij kan doen voor een vriend of vriendin die het wat moeilijk heeft met zijn/haar kinderen, doe dat dan, en verwacht niets terug.

We zijn een cultuur van vereenzaamde individualisten, maar het is ook in onze kracht om deze tendens tegen te gaan. Vraag niet waarom niemand je de hand rijkt, maar zet zelf de eerste stap.

 

Over de schrijver

Laura Schuerwegen

Laura Schuerwegen

Na acht jaar in West en Centraal Afrika te vertoeven woont Laura nu in Malawi met haar man en drie kinderen. Ze schreef twee boeken over zelfzorg en een kinderboek (in het Engels, verkrijgbaar op Amazon) en blogt op Authentic Parenting.

1 bericht